Bibliotheek

Alle anatomische onderdelen per categorie. Bekijk de visualisaties en lees de beschrijvingen.

neuron

Dendrieten

Vertakte uitlopers die signalen ontvangen van andere neuronen.

#8B5CF6

Cellichaam (soma)

Het cellichaam bevat de celkern en de meeste organellen. Het integreert binnenkomende signalen.

#A78BFA

Celkern (nucleus)

Bevat het DNA en stuurt de celfuncties aan. Essentieel voor de productie van eiwitten.

#7C3AED

Axon

Lange uitloper die elektrische signalen (actiepotentialen) wegleidt van het cellichaam.

#3B82F6

Myelineschede

Isolerende vetrijke laag rond het axon, gevormd door Schwann-cellen. Versnelt signaalgeleiding.

#F59E0B

Knopen van Ranvier

Onbedekte stukjes axon tussen myelinesegmenten. Hier springen signalen van knoop naar knoop (saltatoire geleiding).

#EF4444

Axonuiteinden

Vertakte uiteinden (synaptische terminals) die neurotransmitters afgeven aan de volgende cel.

#10B981

nefron

Glomerulus

Kluwen van haarvaten waar bloedfiltratie plaatsvindt. Hoge druk perst vloeistof uit het bloed.

#EF4444

Kapsel van Bowman

Dubbelwandige beker die de glomerulus omgeeft. Vangt het filtraat op.

#F97316

Proximale tubulus

Kronkelig buisje na het kapsel. Hier wordt het meeste water, glucose en zouten teruggeresorbeerd.

#8B5CF6

Lis van Henle

U-vormige lus die diep in het niermerg reikt. Cruciaal voor de concentratie van urine.

#3B82F6

Distale tubulus

Kronkelig buisje dat terugkeert naar de glomerulus. Fijnregeling van zout- en zuurbalans.

#10B981

Verzamelbuis

Buis die filtraat van meerdere nefronen opvangt. Laatste concentratiestap onder invloed van ADH.

#6366F1

hart

RA

Rechterboezem

Ontvangt zuurstofarm bloed uit het lichaam via de holle aders (vena cava superior en inferior).

#6366F1
LA

Linkerboezem

Ontvangt zuurstofrijk bloed uit de longen via de longvenen (venae pulmonales).

#DC2626
RV

Rechterkamer

Pompt zuurstofarm bloed naar de longen via de longslagader. Heeft een dunnere wand dan de linkerkamer.

#818CF8
LV

Linkerkamer

Pompt zuurstofrijk bloed naar het hele lichaam via de aorta. Heeft de dikste spierwand.

#EF4444
Ao

Aorta

De grootste slagader van het lichaam. Voert zuurstofrijk bloed vanuit de linkerkamer naar alle organen.

#DC2626
PA

Longslagader

Arteria pulmonalis — voert zuurstofarm bloed van de rechterkamer naar de longen.

#7C3AED
VC

Holle aders

Vena cava superior (boven) en inferior (onder) — voeren zuurstofarm bloed uit het lichaam terug naar het rechterboezem.

#3B82F6
TC

Tricuspidalisklep

De klep tussen het rechterboezem en de rechterkamer. Heeft 3 klepbladen (cusps) die voorkomen dat bloed terugstroomt.

#818CF8
MC

Mitralisklep

De klep tussen het linkerboezem en de linkerkamer. Heeft 2 klepbladen (bicuspidalisklep). Voorkomt terugstroom naar het boezem.

#EF4444
AK

Aortaklep

Semilunaire klep tussen de linkerkamer en de aorta. Drie halvemaanvormige klepbladen voorkomen terugstroom naar het hart.

#DC2626
PK

Pulmonalisklep

Semilunaire klep tussen de rechterkamer en de longslagader. Voorkomt dat bloed terugstroomt naar de rechterkamer.

#7C3AED
CT

Chordae tendineae

Peesdraden die de klepbladen van de AV-kleppen (tricuspidalis en mitralis) verbinden met de papillaire spieren. Voorkomen dat kleppen doorslaan.

#F59E0B
PS

Papillaire spieren

Spierbundels die uitsteken van de kamerwand. Verankeren de chordae tendineae en voorkomen klepinsufficiëntie tijdens contractie.

#B45309
S

Septum

De scheidingswand tussen de linker- en rechterhelft van het hart. Voorkomt menging van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed.

#6B7280
Pericardium

Pericardium

Het hartzakje — een dubbelwandige beschermlaag rondom het hart. Bevat een kleine hoeveelheid vocht voor soepele beweging.

#10B981

longen

Trachea (luchtpijp)

Buis van kraakbeenringen die lucht van de keelholte naar de bronchiën voert. Ongeveer 10-12 cm lang.

#6366F1

Rechter hoofdbronchus

Korter, breder en steiler dan links. Splitst in 3 lobaire bronchiën (rechterlong heeft 3 kwabben).

#818CF8

Linker hoofdbronchus

Langer en smaller dan rechts. Splitst in 2 lobaire bronchiën (linkerlong heeft 2 kwabben).

#818CF8

Rechterlong

Heeft 3 kwabben (boven, midden, onder). Iets groter dan de linkerlong omdat het hart meer naar links ligt.

#F472B6

Linkerlong

Heeft 2 kwabben (boven en onder). Iets kleiner door de incisura cardiaca (hartinkeping).

#EC4899

Alveoli (longblaasjes)

Miljoenen druifvormige blaasjes waar gasuitwisseling plaatsvindt: O₂ naar bloed, CO₂ naar lucht.

#EF4444

Diafragma

Koepelvormige ademhalingsspier onder de longen. Samenknijpen = inademing, ontspannen = uitademing.

#F59E0B

spijsvertering

Slokdarm (oesofagus)

Gespierde buis (±25 cm) die voedsel van de keelholte naar de maag vervoert via peristaltiek.

#F59E0B

Maag (gaster)

Gespierd hol orgaan dat voedsel mengt met maagzuur (HCl) en pepsine. Capaciteit ±1,5 liter.

#EF4444

Lever (hepar)

Grootste interne orgaan. Produceert gal, ontgift bloed, slaat glucose op en maakt eiwitten.

#92400E

Galblaas (vesica fellea)

Klein peervormig orgaantje onder de lever. Slaat gal op en geeft het af aan de dunne darm voor vetvertering.

#16A34A

Pancreas (alvleesklier)

Dubbelrol: produceert spijsverteringsenzymen (exocrien) en hormonen zoals insuline en glucagon (endocrien).

#8B5CF6

Dunne darm (intestinum tenue)

Circa 6 meter lang, 3 delen: duodenum, jejunum, ileum. Hoofdlocatie voor absorptie van voedingsstoffen.

#EC4899

Dikke darm (colon)

Circa 1,5 meter. Absorbeert water en zouten, vormt ontlasting. Bevat biljoenen darmbacteriën.

#3B82F6

Appendix (blindedarm)

Wormvormig aanhangsel bij het begin van de dikke darm. Speelt een rol bij de immuunfunctie van de darm.

#10B981

cel

Celmembraan

De buitenste begrenzing van de cel. Een dubbele fosfolipidenlaag die selectief stoffen doorlaat en de cel beschermt.

#6366F1

Cytoplasma

De gelachtige vloeistof binnen de cel waarin alle organellen zweven. Bevat enzymen en voedingsstoffen voor celprocessen.

#A5B4FC

Celkern (nucleus)

Het controlecentrum van de cel. Bevat het DNA en stuurt de aanmaak van eiwitten aan. Omgeven door een kernmembraan.

#7C3AED

Mitochondriën

De energiecentrales van de cel. Produceren ATP via celademhaling. Hebben een eigen dubbel membraan met cristae (plooien).

#EF4444

Endoplasmatisch reticulum

Een uitgebreid stelsel van membraanbuisjes. Het ruwe ER (met ribosomen) maakt eiwitten; het gladde ER maakt lipiden.

#F59E0B

Ribosomen

Kleine eiwitfabriekjes die mRNA aflezen en aminozuren koppelen tot eiwitketens. Komen vrij in het cytoplasma of gebonden aan het ER voor.

#10B981

Golgi-apparaat

Het postkantoor van de cel. Ontvangt eiwitten van het ER, verpakt en sorteert ze, en stuurt ze naar hun bestemming binnen of buiten de cel.

#8B5CF6